Onze laatste dag… dus tijd voor reflectie.
Mobutu is er al meer dan een decenium weg, de kindsoldaten van Kabila zijn nog actief in het gebied van de grote meren, het land wordt al decenia lang leeggeroofd, mensen worden aan hun lot overgelaten, er heerst tribalisme en verdeeldheid. De situatie is schrijnend tot op het bot, zelfs de meest elementaire mensenrechten worden er geschonden.
Ik heb me tijdens mijn verblijf veel afgevraagd hoe het zover is kunnen komen, en hoe we iets ten goede kunnen keren.
Je kan niet naast het verval kijken. Anderzijds was de aanpak ten tijde van
Belgisch-Congo behoorlijk paternalistisch. Het devies was; Ventre bien rempli, Congolais content (dus geen reden voor opstand). Er is vanuit die invalshoek veel gerealiseerd aan leg van wegen en spoorlijnen, scholen en ziekenhuizen bouwen, missieposten organiseren, bedrijven op poten zetten… Althans, dit is de versie die we nog net onder ogen willen zien.
De Congolese miserie kan je moeilijk vatten in statistieken alleen. Jaar na jaar ziet het dagelijkse lot van de modale Congolees er slechter uit.
De weinige Belgische politici die zich uitspreken over Congo hebben een rationele uitleg: er is geen staat in dat land, er heerst een bodemloze corruptie, de Congolese politici kunnen niet op een democratische manier omspringen met tegenstellingen, er is geen respect voor de mensenrechten en voor de rechtstaat,
Ik ben ervan overtuigd dat de congolese miserie wel degelijk voor een groot deel het gevolg is van ons koloniaal verleden. En hierover hebben Kurt en ik behoorlijk wat discussies gevoerd.
Nochtans bestaat er toch wat cijfermateriaal over, al moet je er behoorlijk goed naar zoeken. Volgens economie-professor Frans Buelens kwam 40% van de winst van alle Belgische bedrijven in de jaren ‘50 uit Congo.
En dat de congolezen daarvoor infrastructuur in de plaats kregen is meer mythe dan waarheid… In 1960 was er geen sprake van een duurzame economische structuur. De voor de congolezen zelf belangrijke sector, de landbouw, was sterk aan het afbrokkelen. En bevind zich nu, ondanks de steun van de programma’s van de Europese gemeenschap in een desastreuze toestand.
Al is dit ook voor een groot stuk te wijten aan het bewind van de huidige regering: eigen productie van rijst in de Equatorprovincie wordt aan de kant geschoven ten voordele van rijst welke ingevoerd wordt door Chinese bedrijven.
De infrastructuur die we bouwden was in de eerste plaats bedoeld voor mijnbouw en export, en slechts in zeer beperkte mate voor de interne ontwikkeling van Congo.
De Congolezen waren bovendien helemaal niet klaar, laat staan voorbereid om de economie en de staat over te nemen.
Maar dat is allemaal al meer dan 50 jaar geleden, is dan het antwoord. “Het zijn de Congolezen die er sindsdien een puinhoop van maakten.”
Dat het een puinhoop geworden is, tja…, daar kunnen we inderdaad niet naast kijken. Maar hoeveel militaire, politieke en economische interventies zijn er indertussen niet geweest??? Die, laten we duidelijk zijn, vooral tot doel hadden onze westerse belangen veilig te stellen.
Het gevolg kennen we: een niet aflatende implosie van de Congolese economie en staat.
Hier wil ik graag Zr Julienne even parafreseren: une de plus grand causes de notre misere est le richesse du pays.
Vandaag de dag zijn het de Chinezen die in ruil voor de bodemrijkdommen enige infrastructuur aanleggen. Met eigen mensen welliswaar. En net zoals 50 jaar geleden vooral gericht op eigen gewin.
De vele rapporten van Amnesty International over de mensenrechtenschendingen maken het beeld niet rooskleuriger. En geloof me vrij; lezen over deze schendingen is iets helemaal anders dan ze van dag tot dag te zien voltrekken…
Als achtergrond van mijn eerste Memisa missie kan dit tellen. Toch is de balans positief omdat de congolezen beschikken over een enorme veerkracht en een “joy de vivre” ondanks de moeilijke omstandigheden.
Bij het uitvoeren van dit project was het soms moeilijk om met de keerzijde van deze mentaliteit om te gaan; als men er niet van overtuigd is van een bepaald werk zal men er gewoonweg niet aan beginnen.
Ook de gelatenheid is voor ons moeilijk om met om te gaan; de meerderheid van de bevolking is als het ware murw geslagen. Is er iets kapot? Jammer… Zet het dan aan de kant. Gelukkig zijn er ook keiharde werkers zoals Mani en Jean-Baptiste, die het heft in handen nemen en met beperkte middelen een grote techniciteit aan de dag leggen.
Het is alleszins duidelijk dat we verder structurele hulp moeten blijven bieden… De moeilijke oefening daarna zal zijn dat het ziekenhuis als geheel zelfstandige entiteit kan blijven bestaan. Het “succes” van dit ziekenhuis berust momenteel op 3 pijlers:
De sterke ploeg dokters, de zusters en Memisa. Op lange termijn moeten we er naar streven dat dit ziekenhuis zelf in een structuur voorziet. Misschien een missie voor onze algemeen directeur?
Het was onze eerste missie, waarschijnlijk niet de laatste.
De volgende stap zal qua apparatuur een anesthesietoestel en de nodige monitoring zijn, een RX toestel als het even kan (huidig toestel is dd 1968) en een pompinstallatie voor water.
Het beeld van een rij jonge kinderen die met water gevulde jerrycans een zanderige helling moeten opklimmen en dan onder voortdurend stijgen nog 3km moeten stappen zal wel voor altijd op mijn netvlies gebrand staan…
Het blijft een anachronisme; in een omgeving als het aards paradijs zoveel miserie… Gelukkig kent moeder natuur geen voorkeuren voor bepaalde mensen.
Tot slot wil ik ieder bedanken die aan het welslagen van deze missie hebben meegewerkt. In de eerste plaats Kurt, voor zijn bereidwillige hulp. Ook de leden van onze werkgroep solidariteit van AZ sint Lucas die het pad voor mij geeffend hebben en zonder wiens steun dit project niet zou kunnen bestaan. Ook het laatste bezoek van Drs Piet Librecht en Dirk Rijckaert hebben ons voorzien van acturate info. Speciale dank ook aan Memisa, zowel in Belgie als Congo.
Bijzondere dank ook aan de Soeurs des pauvres te Mosango, niet alleen voor het lekkere eten, maar ook voor hun fantastische aanwezigheid. Tot slot bijzonder warme dank voor de belangrijkste van allemaal: het thuisfront!
Tot heel binnenkort, in het frisse Belgie!
Rik